dinsdag 18 december 2012

Renaissance (* 2 mei 2008)

Nu jij er niet meer bent

Zie ik je overal.

En langzaamaan besef ik

Dat dat zo blijven zal.

 

Ik kom je tegen in mijn dromen,

Je praat, je lacht, je zucht.

'k Kijk naar je lege stoel en zie je zitten,

Ik pak je bloes en ruik je zoete lichaamslucht.

 

Toen je nog hier was, zei je me vaak weinig.

Maar nu, bij 't slapen gaan en in het einde van de nacht

Zoek je me op, hoor ik je stem voortdurend in mijn hoofd,

Alsof jij in de Grote Stilte steeds trouw verlangend op me wacht.

 

Het zal wel slijten, dacht ik in 't begin.

Maar toen jij stierf in mei, werd je in mij opnieuw geboren:

Nu jij er niet meer bent

Ben je er meer dan ooit tevoren.

 

 

 

 

 

Loes Gouweloos
februari 2011

zondag 5 april 2009

Alles gaat voorbij

Mijn moeder is dood
Ze stierf aan mijn zij
Ik streelde haar haren
Terwijl ze weggleed van mij.

Een jaar geleden
’t Lijkt gisteren, maar toch:
De beelden vervagen
Ook al zie ik haar nog.

Maar steeds meer in foto’s
Niet meer als toen
Ik zie nog haar glimlach
Maar zie haar niets doen.

Haar stem, eerst overal,
Tot in ’t geruis van de bomen,
Wordt nu allengs zachter.
Ze fluistert in mijn dromen.

“’t Gaat over, ’t slijt”
Zo troostte ze mij
“Je zult minder aan me denken,
Alles gaat voorbij.”

‘k Hoefde niet te blijven treuren
Ik had mijn moeders zegen.
Maar toen, toen opende ik een deur
En kwam ik haar weer tegen.

De kreukels in haar bloes,
Al die rokken in haar kleur,
Maar het meest van alles
Haar zoete, zachte geur.

Ik snoof haar lucht naar binnen,
Voelde haar weer in mij.
Ik huiverde en wist:
Nee, niet álles gaat voorbij.


Loes Gouweloos, maart 2009

zondag 5 oktober 2008

Vader en kind

Hij zit in ‘t wagentje
Ik duw hem voort
Spreek zachte woordjes
Weet dat hij me niet hoort

Veeg zijn mond schoon
Kleed hem aan
Hij mummelt wat
Ik kan hem niet verstaan
Van kind tot man
Van man tot kind
Van graf tot wieg
Niets wat hem hier nog bindt
Kleine stapjes
Kleine hapjes
Een paar woordjes, onverwacht.
En als hij toch weer even lacht:
Tranen van vreugde
En van verdriet
Hij is mijn vader
En hij is het niet
Een leven in blessuretijd
Een strijd die hij niet wint
Wachtend op het eindsignaal
Tot dan is hij mijn kind

Loes Gouweloos

maandag 15 september 2008

Body Language

‘Dokter, dokter, kijk eens snel,
Ik heb putten in mijn vel!’
‘Dat zijn geen putten.’ ’Welles!’ ‘Nietes!
Mevrouwtje: u hebt cellulitis.’

‘En die rare bruine plekken?
Ik krijg steeds meer moedervlekken!’
‘Maak u daar maar geen zorgen om,
Dat zijn vlekken van ouderdom.’

‘En die blauwe bobbels dan?
Weet u ook hoe dát nou kan?’
‘Dat is niets bijzonders, hoor:
Spataders. Daar heeft u de leeftijd voor’.


* * * * *

Ik kan wel boos worden, of bang,
Maar mijn lijf gaat gewoon haar gang.
Sportschool, yoga, minder frites:
Mijn lichaam is de baas - ik niet.

Hoewel ik al jaren Becel gebruik,
Hangen mijn borsten op mijn buik.
En laatst, zonder enig overleg,
Was opeens mijn taille weg.

Vroeger: toen was alles fijner,
Toen groeide ik – nu word ik kleiner.
Broze botten, dikke dijen,
Grijze haren, pijn bij ’t vrijen,

Gezwollen enkels en een leesbril,
’s Morgens een plas- en ’s avonds een slaappil,
Rimpels op de gekste plekken,
Bruine, rode, blauwe vlekken.

Het ene offer na het andere.
Ik zie mijn hele lijf veranderen.
Ik lever in, er komt niets bij.
Behalve steken in mijn zij…

Wat is de zin, waar gaat dit heen?
Slechts één ding houdt me op de been:
Ik zweet, ik tob en ik lijd pijn
Om ooit een Wijze Vrouw te zijn.


Loes Gouweloos

dinsdag 26 augustus 2008

Woorden

Ik word moe van steeds maar woorden,
't maakt niet uit in welke taal.
Ik wil passie, ik wil dromen:
Niet het boek, maar het verhaal.

Ik hoef niet te horen wat je wilt,
geen gebeden, geen gezangen.
Ik wil weten wat je voelt:
Niet de wens, maar het verlangen.

Geen volmaakte, gladde stemmen,
zuiver zingen raakt me niet.
Laat me horen wat je roert:
Niet de noten, maar het lied.

Achter de woorden zit het meest:
de woede van haar en de angst van hem.
Niet de letter maar de geest.
Niet de woorden maar de stem.


Loes Gouweloos

Weekendarrangement

Een eenpersoonskamer,
Anoniem, voor mij alleen,
Balie, sleutel, lift omhoog,
Elfde etage, kamer 101.

Oude ouders, broos en teer,
Hun eind al jaren ingeluid.
Niet aan denken, even weg,
Even los, de stekker eruit.

Vrienden met problemen,
Helpen moet, dat is mijn taak.
Maar nu niet, geen luisterend oor.
Deur op slot, hoorn van de haak.

Het milieu, de oorlogsdreiging,
De Dow Jones, de AEX.
Ik wil slapen, ik wil dromen,
Terug naar mezelf en verder niks.

'Stop the world, I wanna get off!'
Even vrij zijn, even alleen,
Maandag weer De Steunpilaar,
Maar nu alleen ik, in kamer 101.



Loes Gouweloos

Onsterflijk

Mijn oma:
Zo in bed is ze nóg kleiner,
breekbaar, teer, steeds zwakker met de jaren.

De rimpels en de ingevallen wangen,
de transparante huid, de dunne haren.

Ik kijk en sla de beelden in me op.
Zíj kijkt níet meer, ze staart aan me voorbij.

Haar ogen zien al andere verten,
ze ademt nog, maar is niet meer bij mij.

Onmerkbaar zweeft ze weg, van stof tot lucht,
het is een stap als alle andere.

Haar laatste adem is een zachte zucht.
Ik wéét het wel, maar zie haar niet veranderen.

Vederlicht ligt oma's lichaam op het bed,
haar ziel en die van mij zijn nauw verweven.

Mijn omaatje…, ze ís niet dood:
Ze gaf mij dit gedicht en blijft zo leven.



Loes Gouweloos